Stil | Leven

Stil | Leven

Elk moment heeft zo z’n bloeiende boodschappers. Neem bijvoorbeeld krokussen. Dat zijn echte rasoptimisten, bij uitstek goed in het wekken van verwachtingen. Al na een paar stralen zon schieten ze uit de grond omhoog en roepen in koor ‘Joehoe! We zijn er weer!’, naar iedereen die het maar wil horen. Ze zijn graag met veel, gaan het liefst volledig op in een luidruchtig kwebbelende vriendengroep. Asters zijn dan weer heel anders. Ook heel kleurrijk, maar hun boodschap is vrolijk en serieus tegelijk. ‘Geniet nog maar even, nu het nog kan. Niets duurt eeuwig.’ Van rozen weet ik nooit zo goed wat ze me zullen vertellen. Ze kunnen moeiteloos de meest uiteenlopende gesprekken met je aanknopen. Vrolijk, verdrietig, verleidend of berustend. Rozen zijn geen joviale, oppervlakkige kletsers. Nee, met een roos heb je een echt gesprek, met diepgang. Zo’n gesprek dat kan verwarmen, of je pijnlijk kan ontregelen. Maar dat uiteindelijk altijd goed voelt. Meteen, of pas na een poosje, als alle woorden zijn bezonken. Dat kunnen rozen als geen ander. Dat werd me onlangs nog eens duidelijk, aan de oever van dit verstilde vennetje. Het landschap was op die dag niet bepaald kleurrijk. De hemel verzadigd van een melkwit wolkendek. Het zand grijsbruin, de grassen geelgroen en de boomkruinen donkergroen. De heide grijsgroen, haar paarse en lila kleuren-explosie nog voor later bewarend.  Als je tot rust wil komen, ben je in dit landschap aan het goede adres. Als je melancholisch wil worden ook, wat mij betreft. En dan dit bosje rozen, half uiteengevallen op de oever. De oranjerode bloemen, scherp contrasterend met het grijze dode hout en de rimpelloze...
Belgische toestanden

Belgische toestanden

Onlangs logeerde ik bij een lieve vriendin in Dendermonde, midden in de Vlaamse ruit. Per fiets en te voet verkenden we de stad, ik was er nog niet eerder. We praatten over van alles en nog wat, zoals we altijd doen. Koetjes, kalfjes en muizenissen. En toen, zonder enige inleiding, vroeg ze het aan me. Zo maar, alsof het niets voorstelde. Plompverloren liet ze de vraag bij mij binnen vallen, als een hardstenen kassei in mijn hersenpan. Wat vond ik van Dendermonde? Een terloopse vraag, zult u denken. Maar als je een Nederlandse planoloog vraagt wat ie van een willekeurige Vlaamse stad vindt, is dat een allesbehalve terloopse vraag. Wat vind ik van Dendermonde? Wat vind ik van de manier waarop Vlamingen hun leefomgeving inrichten? Ze had me net zo goed kunnen vragen naar de zin van ons aardse bestaan. Daar had ik me beter raad mee geweten denk ik. Ik besloot maar niet te beginnen met te vertellen dat we in mijn vakgebied wel eens over ‘Belgische toestanden’ spreken, als we vrezen dat iets helemaal uit de hand zal lopen. Want Vlaanderen verbluft me, keer op keer. Het slaat me in m’n gezicht, zowel in haar schoonheid als in haar schaamteloze lelijkheid. Een kleine 200 jaar geleden zijn haar land en het mijne elk hun eigen weg gegaan. En sindsdien zijn aan weerszijden van de grens fundamenteel andere leefomgevingen ontstaan. Die leefomgeving kun je denk ik beschouwen als een spiegel, die reflecteert wie we zijn als samenleving. Maar welke gezichten zie ik dan, als ik in die spiegel kijk? Het Nederlandse gezicht voelt voor mij vertrouwd. Het Vlaamse...
Beste Eric en Svein,

Beste Eric en Svein,

Elke keer als ik in Arnhem het station verlaat, wordt mijn blik naar jullie getrokken. Ik geloof trouwens niet dat jullie míj ooit gezien hebben. Jullie kijken immers soeverein over ons stervelingen heen. Eric, jij lijkt diep in gedachten, je mondhoeken tonen ontevredenheid over de situatie die je voor je ziet. En Svein, bij jou stel ik me zo voor dat je buiten beeld een enorme knots in je handen hebt, waarmee je het liefst eens goed orde op zaken zou willen stellen. Die norse, ontevreden blikken pasten jarenlang goed bij jullie uitzicht vond ik. Want het zag er soms hopeloos uit, die bouwput aan jullie voeten. Het Arnhemse stationsgebied was jarenlang een bouwkundige kakofonie van oude, nieuwe, tijdelijke en half afgebouwde constructies. En net als jullie had ook menig Arnhemmer er op een gegeven moment een hard hoofd in. Komt dat nieuwe station ooit af? Maar, zo weten we nu, het kwam af. En hoe! Uiteindelijk zullen de kostenoverschrijdingen, vertragingen en lekkende daken vergeten zijn. Het enige dat dan resteert, is een stationsgebouw dat met recht iconisch genoemd mag worden. Een gebouw waar mensen speciaal naartoe reizen om het te bekijken en te fotograferen. Zo’n blikvanger is het geworden en dat is prachtig. De hal van het nieuwe stationsgebouw Overigens heeft niet alleen het station Arnhem ingrijpend veranderd. In het gebied zijn meer gebouwen verrezen met beeldbepalende trekjes. Waar eerst de Eusebiustoren de skyline van de stad domineerde, moet die haar plek nu delen met de Park- en Rijntoren. En ook de aanblik van het Willemsplein is veranderd, al ben ik daar minder enthousiast over. Aan het Willemsplein...
Avondrood

Avondrood

Soms voel je het. Dat je nog even naar buiten moet. Nog even snel, voor het donker is. Omdat dat laatste half uurtje, meer nog dan al die andere uren van die dag, de herinnering bevat die je niet had willen...
Papertrail

Papertrail

Af en toe help ik mee met het inzamelen van oud papier voor de voetbalclub. We gaan dan op zaterdagochtend met een groep vrijwilligers op pad. Ik vind het gezellig, zo achterop de treeplank van de vuilniswagen. Een ochtendje zeulen met containers, bundels kranten en dozen. Gratis fitness. Met als bonus: een inkijkje in het leven van de dorpsbewoners. Een dorp of een stad zie ik graag als een organisme. Het leeft en verandert steeds een beetje van vorm. Buurten en wijken zijn de lichaamsdelen, in wegen en kleinere straatjes kun je makkelijk een bloedvatenstelsel zien. Het centrum, dat is het hart en het hoofd tegelijk. Daar komt alles samen. Parken en plantsoenen, dat zijn natuurlijk de longen. Daar halen we adem en vinden we balans. Het is een handige vergelijking. We willen immers dat dorpen en steden gezond zijn. Dat vaten niet verstoppen, dat het hart krachtig klopt en dat de longinhoud niet onder kritische waarden komt. Maar als je écht wil weten hoe een dorp of stad in elkaar steekt, dan moet je preciezer kijken. Dan moet je spreekwoordelijk bloed prikken, doordringen tot daar waar de mensen wonen. Maar ja, privé blijft toch privé. Daar tonen we ons niet zomaar aan alles en iedereen. Behalve als we ons oud papier buiten zetten. Als we op zaterdagochtend door het nog slapende dorp rijden, levert al dat oud papier een prachtig inkijkje in ons leven achter de voordeur. Een papertrail, letterlijk. Het meeste papier zien we niet, dat zit immers in ondoorzichtige bakken. Maar niet overal. En soms gaat het legen van een container mis. Dan keilt het papier...