Steeds voorwaarts!

Eén van die dingen die fietsen zo mooi maken: je bent altijd een beetje op reis. De ene keer lang, dan weer kort. En wat het doel ook is, uiteindelijk ben je weer op weg naar huis. Het doel is dan ook eigenlijk niet zo belangrijk. Het onderweg zijn des te meer. Wanneer een fietstochtje begint in Dieren, kom je al snel uit bij het veer over de IJssel, naar Olburgen. Dat pontje, onlosmakelijk met Dieren (en Olburgen) verbonden, heeft een naam. Steeds Voorwaarts heet het. Zondagochtend meldden mijn zoontje en ik ons aan de veerstoep, voor een mini-cruise aan boord van dit nostalgisch pontje.

Nostalgisch? Jazeker. Het pontje stamt uit 1950 en is eigenlijk niet meer van deze tijd. Om te beginnen is het nogal klein. Een flinke bestelbus of tractor en een handvol fietsen, dan is het dek al aardig vol. Ook lijkt de Steeds Voorwaarts, van een afstandje gezien, altijd een tikje scheef in het water te hangen, dapper ploeterend naar de overkant. Het vaart niet helemaal op eigen kracht, maar gebruikt de stroming en blijft op koers met behulp van een kabel, die een stukje stroomopwaarts stevig in de rivierbodem is verankerd. Die kabel wordt drijvende gehouden met behulp van twee gele drijvers, die dus telkens samen met de pont de IJssel oversteken. Trouw, Steeds Voorwaarts.

De veerman kan de koers van het pontje bijstellen met behulp van twee kettingen, waarmee hij de ankerkabel aan de voor- of achterkant van de pont kan inkorten. Het ratelen, het knerpen van die kettingen, nat metaal op nat metaal; het is een prachtig geluid. Het hoort bij juist dít pontje. Net als het bijzondere aandrijfsysteem; twee schroeven, elk aan het uiteinde van een aandrijfas. Die as kan kantelen, waardoor een van de schroeven onder water verdwijnt en daarmee de vaarrichting bepaalt. De schroef die op dat moment boven water is, maalt de hele overtocht enthousiast mee in het rond. Als een vleesmolen, bijna binnen handbereik.

Eenmaal aan boord hoorde ik een medepassagiere aan de veerman vragen hoe het pontje aan haar naam kwam. Om vervolgens haar eigen vraag meteen te beantwoorden: had het er misschien mee te maken dat het pontje eigenlijk geen voor- en achterkant heeft? Dat het dus eigenlijk altijd vooruit vaart, Steeds Voorwaarts? De veerman beaamde dit beleefd, schijnbaar vrolijk verrast door die taalkundige vondst. In het voorbijgaan hoorde ik ‘m echter mompelen dat de naam ook te maken had met het hardnekkig optimisme dat ondernemers, ook veermannen, nu eenmaal eigen is. Beide verklaringen vind ik wel mooi.

De ironie is dat het pontje Steeds Voorwaarts binnenkort zal stoppen te varen. Na 64 jaren dienst gaat ze met pensioen, om plaats te maken voor een nieuwe pont. Een grotere, er kunnen wel zes auto’s mee. Stiller, comfortabeler. Arbo-vriendelijker. Ik snap het wel, de veerman moet immers ook Steeds Voorwaarts. En alle nostalgie ten spijt, is een veerpontje na 64 jaar wel aan een welverdiend pensioen toe. Maar toch vind ik het ook wel jammer dat dit varend monumentje binnenkort verdwenen zal zijn.

Eigenlijk had het oude pontje al vervangen moeten zijn, maar de oplevering van de nieuwe pont is een poosje vertraagd. Dus nu gaat het pontje nog Steeds Voorwaarts, net zolang tot haar plek wordt ingenomen door de nieuwe pont. Ik vind het niet zo erg, die vertraging. Komende weken ga ik nog een paar tochtjes maken. Door de Achterhoek. En dan niet over de brug, maar heen en terug met het dappere oude pontje Steeds Voorwaarts. Luisteren naar de rammelende kettingen en kijken naar de rond malende schroeven. Want voor je het weet is het geschiedenis. En gaat er een nieuwe pont Steeds Voorwaarts.