“Het is geen vetpot, weet u”

 

Maandagochtend, acht uur. Ik stap de prachtige monumentale kantoorvilla binnen. Een nieuw jaar, een nieuwe baan. Heb vanochtend m’n nette schoenen aangetrokken en mezelf in een vers gestreken blouse en jasje gestoken. Dat is een van m’n voornemens voor dit jaar. Ga altijd netjes naar je werk, neem jezelf serieus. Dan doen anderen dat ook. Hier ben ik immers ‘senior adviseur’, zoals dat heet. Ik ben vastbesloten me daarnaar te gedragen, geloof ik.

Op weg naar m’n bureau op de zolderverdieping maak ik een tussenstop bij de koffieautomaat. Daar zit ze, in een lichtblauw schort, voorovergebogen boven haar telefoon. Koffie op tafel. Terwijl het apparaat brommend en pruttelend m’n kopje vult, loop ik naar haar toe om kennis te maken. Ze kijkt op van haar telefoon en we schudden elkaar de hand. We wensen elkaar een gelukkig nieuwjaar. Ik vertel dat ik net in dienst ben. Zij vertelt dat ze hier al een tijdje schoonmaakt. “In dit pand werk ik altijd ’s ochtends, tussen 6 en 8.”

Ze is al wat ouder, rond de zestig schat ik. Haar gezicht oogt ondanks haar make-up vermoeid en getekend. Het werk hier vindt ze wel prima. De voorwaarden zijn in orde en het schoonmaakwerk is te doen binnen de tijd die ze eraan mag besteden. Later die dag wacht haar nog een vakantiepark, waar ze een aantal vakantiehuisjes moet schoonmaken. Ze ziet er tegenop. Daar werkt ze voor een ander schoonmaakbedrijf, tegen minder goede voorwaarden. “Dan moet ik van huisje naar huisje. Op een fiets, zie je het voor je? Weet je hoe zwaar zo’n ding is, met al die schoonmaakmiddelen in de tassen? Ik heb al genoeg last van m’n lijf door het werk alleen al. Op een wankele en zware fiets heen en weer zeulen op zo’n park trek ik eigenlijk niet meer.”

Als ik opper dat ze haar werkgever misschien kan vragen of ze op een andere, minder zware plek kan werken, wuift ze dat weg. “Nee, ik heb bij dit bedrijf nu een aantal vaste contracturen opgebouwd. Dan ga je toch niet zo snel moeilijk doen. En voor hetzelfde geld moet ik naar een klus ver weg, die reistijd krijg ik echt niet betaald. En weet u, het uurloon is echt geen vetpot met dat schoonmaken.”

We praten nog even door. Ze beschrijft hoe schoonmaakwerk anno 2018 een zzp-bestaan is, waarbij je bij meerdere schoonmaakbedrijven in dienst kan zijn. Het is een wereld van nul-urencontracten, te verdienen en verliezen ‘vaste’ contracturen, een wereld waarbij ziek zijn onverbiddelijk doorwerkt op je loonstrookje. Een wereld van veel werkzaamheden die op papier wél, maar in de praktijk maar moeilijk in de beschikbare tijd kunnen worden gedaan. Het is een wereld waarin je als werknemer niet veel in te brengen hebt en ontzettend kwetsbaar bent.

Het contrast tussen onze werksituaties voelt pijnlijk groot en niet eerlijk. Want het gaat verder dan een verschil in salaris. Het voelt niet goed, dat een vrouw die m’n moeder zou kunnen zijn, op haar leeftijd nog zo moet sappelen in een kwetsbare arbeidspositie. Dat ze vanuit die kwetsbaarheid werk moet accepteren waar ze feitelijk niet meer toe in staat is, simpelweg omdat ze niet meer over het lijf beschikt dat 25 jaar geleden had. Het maakt me somber. We zijn anno 2018 verdomme toch wel wat beschaafder dan dat?