Het park dat Dieren kado kreeg

Mijn vorig blog eindigde wat in mineur, moet ik bekennen. Dieren, dat groter groeide dan voorbestemd, stedenbouwkundig uit balans raakte en verminkt werd door een vierbaans provinciale weg. Tjonge, het is nogal wat. Met alleen zo’n pessimistische boodschap zou ik het dorp echter tekort doen. In dit blog dan ook aandacht voor één van de mooiste plekjes van Dieren: het Carolinapark. Een park dat het dorp zo’n beetje cadeau kreeg.

De Veluwezoom heeft altijd een aantrekkingskracht uitgeoefend op mensen in goeden doen; zij bouwden hun buitenhuis op de flanken van het Veluwemassief. Je vindt deze buitenplaatsen van Wageningen tot Zutphen. Grote landhuizen met prachtige tuinen; sommige bluffen een beetje en doen zich voor als een echt kasteel. Ook rond Dieren ontstonden buitenplaatsen. ‘Hof te Dieren’ groeide zelfs uit tot letterlijk een royale buitenplaats: het werd het favoriete jachtslot van Stadhouder-koning Willem III. Kijk, daar kun je mee thuiskomen.

Eén van de oudste, maar minder bekende buitenplaatsen ontstond midden in Dieren. Aan de Hogestraat vind je een statig pand terug, dat haar huidige vorm in de 19e eeuw verkreeg. We maken een tussenstop in de tijd. 1855: het geboortejaar van Jeantine Haitzema Viëtor, telg uit de notabele familie Viëtor, die destijds het pand aan de Hogestraat bewoonde. Jeantine had nog een zusje, maar dat overleed op vierjarige leeftijd. Enig kind Jeantine bleef vrijgezel en kwam in het dorp aldus als ‘Mejuffrouw Viëtor’ bekend te staan. Zo ging dat destijds.

Mejuffrouw Viëtor heb ik natuurlijk niet persoonlijk gekend. Op basis van foto’s en verhalen heb ik een beeld van haar gevormd. Een lachebek leek ze me niet, zo op het eerste gezicht. Op foto’s waarop ze staat, kijkt ze serieus, soms zelfs een beetje nors. Toch hield ze ook van zingen, wat natuurlijk best een vrolijke bezigheid is. En een foto maken, dat was in die tijd natuurlijk een plechtige bezigheid. Niet iets om bij te lachen, zullen mensen destijds gedacht hebben. Afijn.

Jeantine Viëtor bestierde het familiekapitaal als een bedrijf. Ze gaf daarbij blijk van zakelijk inzicht en voortvarendheid. Zo verkocht ze 200 hectare bos uit het familiebezit en belegde ze een deel van haar vermogen in de bouw van vastgoed. Tegelijkertijd kon ze ook heel goed op de kleintjes letten. Het verhaal gaat dat ze, toen een elektrische straatlantaarn voor haar woning werd geplaatst, haar slaapkamer naar de straatkant verplaatste zodat ze zich bij het licht van de straatlantaarn kon omkleden en zelf geen licht hoefde te maken. Toch slim.

Zo zuinig als ze kon zijn, spaarde ze kosten noch moeite om het huis en bijbehorende grote tuin in topconditie te houden. Die prachtige tuin. Haar grote liefhebberij, waar ze zoveel tijd doorbracht. Er was een vijver, een kwekerij, er werden groenten en fruit gekweekt en er waren diverse borders met bloemen en exotische planten. Het moet een prachtig geheel geweest zijn. Exotische planten konden overwinteren in een oranjerie, mede voor dit doel gebouwd.

Toen mejuffrouw Viëtor in 1941 overleed, werd de uitvoering van haar testament in gang gezet. Zo werd er een stichting in het leven geroepen, die tot taak had haar nalatenschap te beheren en hieruit uitkeringen te doen aan behoeftige personen en noodlijdende verenigingen en instellingen. Deze Hendrika Johanna Stichting bestaat nog steeds. Ook plofte er bij de gemeente Rheden een brief op de mat. De gemeente kreeg in die brief het woonhuis aan de Hogestraat voor een schappelijke prijs aangeboden, inclusief de tuin met alle bijbehorende opstallen.

Aan deze aanbieding waren wel voorwaarden verbonden. Zo moest dit alles een bestemming krijgen, ‘geheel ten nutte en ter verfraaiing van het dorp Dieren’. Ook had Jeantine Viëtor bepaald dat de opstallen nooit gebruikt mochten worden voor ‘inrichtingen van godsdienstigen aard, scholen, cafés, kantoren of fabrieken’. Klare taal; ruimtelijke ordening via overerving, geregisseerd door een dame die wist wat ze wilde.

De gemeente hoefde over dit aanbod niet lang na te denken. Een openbaar wandelpark had Dieren nog niet en voor alle gebouwen zou vrij eenvoudig een nieuwe bestemming gevonden kunnen worden. Na enig handjeklap werd de deal gesloten. Een schot in de roos, wat mij betreft. Met het Carolinapark beschikt Dieren over een prachtig park met unieke kwaliteit, iets dat in de huidige tijd niet eenvoudig meer kan worden gerealiseerd. Moraal van dit verhaal: plekken als deze kun je maar één maal redden.